Door: Roeland Fens

Onze liberale kernwaarden zijn Vrijheid (1948), Verantwoordelijkheid (1948), sociale rechtvaardigheid (1948), verdraagzaamheid (1966) en gelijkwaardigheid (1980). Hier zijn we trots op. Wij claimen hiermee ons gelijk bij ons beleid, waar deze waarden centraal staan.
Toch slaagt de VVD er in om telkens weer met christendemocraten en sociaaldemocraten in verschillende kabinetten samen te werken. Hier kan niet anders of deze twee andere hoofdstromingen in de vaderlandse politiek moeten ook deze kernwaarden hebben.
Dat is grotendeels ook zo.
Nu zijn er wel semantische verschillen. Zo spreken de christendemocraten over gerechtigheid i.p.v. rechtvaardigheid. De sociaaldemocraten hebben het over gelijkheid i.p.v. gelijkwaardigheid. De beide waarden hebben inderdaad wel een enigszins andere betekenis.  Het grote verschil ligt echter niet in de naamgeving van de vijf waarden zelf, maar in het gewicht dat aan de waarden in het beleid wordt toegekend. Ook spelen bij de drie maatschappijvisies elk een basale factor een belangrijke rol.

Bij de christendemocraten is dat het geloof. Het gaat om niet bewezen uitgangspunten, die het uitgangspunt vormen bij de toepassing van de kernwaarden. Hier denken we niet negatief over. Die uitgangspunten uit de joods-christelijke traditie vormden meer dan anderhalf duizend jaar lang het fundament van onze beschaving. Onze Frits Bolkestein stelt dan ook dat onze samenleving gebaseerd is op die joods-christelijke traditie. In het verleden moest het overgrote deel van de bevolking zoveel doen om te overleven. Ze hadden gewoon geen tijd om na te denken, te studeren en afwegingen te maken. Het was toen goed dat er dogma’s en teksten bestonden, die houvast in het leven gaven.
In deze tijd zien we dat de ontplooiingskansen van velen in de samenleving erg zijn toegenomen. Hierdoor wordt de mening van kerkelijke en wereldlijke leiders niet meer zomaar geaccepteerd. Dit is een van de redenen dat de christendemocratie van vooral het CDA in belangrijkheid heeft ingeboet.

Bij de sociaaldemocraten is de gelijkheid van mensen belangrijk. Ook wij liberalen vinden het onjuist dat mensen al dan niet gewaardeerd worden op basis van hun afkomst. Zo is het nog niet zo lang geleden, nog in de jaren vijftig,  dat kinderen van laagopgeleide ouders niet naar een hogere vorm van middelbaar onderwijs behoorden te gaan. Eveneens voor meisjes uit het overgrote deel van de bevolking was het gebruikelijk om naar de huishoudschool te gaan. Ook al konden ze vrij goede leren.
Zowel de liberalen als de sociaaldemocraten hebben respectievelijk voor die gelijkwaardigheid en gelijkheid gepleit. Ontplooiingskansen, zeiden de liberalen en verheffing des volks, zeiden de sociaaldemocraten. Die laatsten hadden daarom de klassenstrijd. De echte klassenstrijd van de sociaaldemocratie, zoals die tot ongeveer een halve eeuw geleden nog een zeker bestaansrecht had, is niet meer zo nodig. Er zijn wel nog allerlei verbeteringen mogelijk. Die liggen echter vooral bij de uitvoering, de bureaucratie.  Zelfs bijstandsgerechtigden hebben het, in vergelijking met nog maar een halve eeuw geleden, behoorlijk goed. Het gevolg is dat de sociaaldemocratie de laatste tijd de kiezer veel minder aanspreekt.

Bij de liberalen staat het gezonde verstand centraal. Al ruim vóór dat De Verlichting van de 18e eeuw er kwam, zien we al bij wetenschappers als Desiderius Erasmus in bijvoorbeeld zijn boek De Lof Der Zotheid, dat we kritisch naar structuren en het gedrag van mensen uit de gehele samenleving moeten kijken. Tijdens De Verlichting neemt het niet meer klakkeloos accepteren de macht van kerkelijke of adellijke leiders vooral in het westen van Europa duidelijke vormen aan.  Hier ligt de basis voor zowel de sociaaldemocratie als het liberalisme. Zowel bij de sociaaldemocratie als het liberalisme is vrijheid een belangrijk thema. Sociaaldemocraten geven aan dat opleiding, goed betaald werk en vrije tijd zorgen voor vrijheid en daardoor voor geluk. Het werk moet daardoor zo min mogelijk door egoïstische ondernemers geleid worden, maar gestuurd worden door de staat. Dat kan bereikt worden als werkenden zich verbinden en door de macht van het getal samen op te trekken tegen degenen, die hen remmen in hun ontplooiing. Aan de kernwaarde verdraagzaamheid wordt zo vrij weinig gewicht gehangen.

Hoewel het doel, dus ontplooiing, niet veel van de sociaaldemocraten verschilt, is de weg volgens de liberalen anders.
Ook de liberalen hechten veel waarde aan de vrijheid. Iedereen moet kansen krijgen. Je bent niet verplicht je te ontwikkelen, maar het is wel in je voordeel. Je bent verantwoordelijk voor je zelf. Je kunt jezelf het beste samen met anderen ontwikkelen. Daarvoor zul je je ook verantwoordelijk voor die anderen moeten voelen. Dat vraagt om verdraagzaamheid en respect voor elkaar. Wat weer aansluit bij de gelijkwaardigheid van de ander. Als docent zei ik tegen mijn VWO leerlingen, dat ik niet gelijk maar wel gelijkwaardig ben aan hen. We hebben echter een verschillende functie. Ik doe mijn best hen naar het examen te begeleiden. De leerlingen moeten om dat doel te bereiken naar mij luisteren. Over en weer mogen respect verwachten. Als iemand zich inzet, verdient deze het ook om daarvoor passend beloond te worden. Is iemand echt niet in staat om een prestatie te leveren, dan is het juist dat deze geholpen wordt om wel iets te betekenen. Dat versterkt de zin van het leven en daardoor het geluksgevoel. Mocht het door een beperking echt niet lukken, dan is het sociaal gerechtvaardigd deze mensen niet in de steek te laten.

Zo vinden we in het liberalisme alle vijf kernwaarden zo zuiver mogelijk terug.

Laten we eens kijken hoe we dit in de huidige tijd aan de hand van drie belangrijke thema’s kunnen laten blijken.
 
Klimaat
Het klimaat verandert. Dat is gedurende het bestaan van de aarde ook voortdurend aan de orde geweest. Hoewel de meningen daarvoor verschillen, heeft de mens daar in mindere of meerdere mate invloed op. Op zich is klimaatverandering allemaal niet zo erg. We wonen echter met meer dan zeven miljard mensen op de aarde. Met de mensen gaat het nog steeds veel beter. Zo is er veel minder honger en kindersterfte dan een halve eeuw geleden. Al deze mensen behoren toch minstens de mogelijkheid te hebben een redelijk leven te leiden. De gestegen welvaart over de hele wereld zorgt er voor dat de laatste tijd er veel meer vervuiling is en steeds meer uitstoot van broeikasgassen. In het westen van Europa zien we dat op grote schaal krachtige maatregelen genomen worden om het klimaat te beschermen. Maar in delen Azië en vooral Afrika zien we die vervuiling en luchtverontreiniging juist geweldig toenemen. Het is bijvoorbeeld niet zo dat de drijvende eilanden van plastics in de oceanen veroorzaakt worden door Nederlanders. Die gooien hun plastic meestal netjes in de daarvoor gestemde bak. Dat afval wordt hergebruikt of vrij schoon verbrand. In de rivieren van Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost Azië drijft het vol van plastics.
De aanpak van het milieu en het klimaat moet dus vooral op wereldschaal aangepakt worden. De problemen moeten dus ter plekke opgelost worden. Wij zijn niet het grote probleem.

Migratie
Migratie is van alle tijden. Mensen konden op een bepaalde plek niet blijven. De bestaansmiddelen waren onvoldoende. Voorbeeld. Grofweg tussen de jaren 800 tot 1000 woonden er in Scandinavië ongeveer negen mensen op een vierkante kilometer. De landbouw leverde te weinig op om van te leven. De kennis en techniek was gewoon onvoldoende.  Dus gingen jonge mannen er op uit om elders in Europa goederen te halen. Dat ging niet vanzelf. Dus dat ging vaak met geweld gepaard. Lang niet altijd vertrokken de Vikingen weer. Vaak haalden ze hun vrouwen en kinderen op en vestigden zich in vele landen van Europa. Dat gebeurde o.a. van het noorden van Groot-Brittannië, tot Nederland, Frankrijk, Duitsland, Rusland tot aan Sicilië toe.
In de loop der eeuwen hebben mensen zich om vele redenen over de wereld verplaatst. At was niet alleen om de honger maar ook bijvoorbeeld om de godsdienst.
Het voorbeeld van de Vikingen lijkt in zekere mate op de migratie van onze tijd.
De wereldbevolking neemt door de gestegen welvaart sterk toe. Nu vinden we  de meeste grote steden in Azië. Voor het einde van onze eeuw liggen negen van de tien grootste steden in Afrika.  Al die pasgeboren kinderen moeten voldoende bestaansmiddelen kunnen vinden. We overdrijven niet, als we zien dat dit vooral in Afrika niet lukt. Net als ten tijde van de Vikingen trekken nu jonge mannen naar Europa. Daar valt net als toen voldoende te halen. Europa probeert ze tegen te houden. Het zijn er echter te veel. Bovendien zegt ons verantwoordelijkheidsgevoel en ons sociale rechtvaardigheidsgevoel dat we moeten helpen. Dat botst. Als in de komende jaren tientallen miljoenen misschien wel honderd miljoen mensen naar Europa gaan komen, dreigen we alles wat is opgebouwd aan kwaliteit van leven geheel of gedeeltelijk kwijt te raken. Daarom moet het probleem bij de bron aangepakt worden. Dat kan niet hier. Dat moet in Afrika zelf, zegt ook Malik Azmani. Wij hebben een zeer goed georganiseerd land. We kunnen in Nederland in grote welvaart met meer dan 500 mensen op een vierkante kilometer leven. Afrika moet gaan organiseren. Dus er moet een goede infrastructuur, scholing en bestuursorganisatie komen. Daarnaast is ook een goede oudedagsvoorziening wezenlijk. Mensen daar willen onder meer niet aan geboortebeperking doen, omdat hun kinderen voor hen, de oude mensen, moeten zorgen. We zullen niet ons geld maar onze kennis en kunde moeten exporteren. Een goede organisatie voorkomt vele interne oorlogen om voedsel. Dat is geen kolonialisme, zoals China nu daar pleegt, maar echte steun.   
Zo bieden we ze de kansen om de vijf kernwaarden in hun eigen land te ontwikkelen.

Pandemie
Ons kabinet is huiverig om echt krachtige maatregelen te nemen. Liberalen weten als geen ander dat mensen zich willen ontplooien. Dit staat aan de basis van onze maatschappijvisie. De meeste maatregelen, die genomen kunnen worden, beperken de kernwaarden om dat te doen. Scholen sluiten? De horeca dicht? Minder boodschappen doen? Niet meer ontspannen door op vakantie te gaan? Als dit alles gebeurt, is dat niet alleen voor ons sociale leven een ramp, maar is de schade aan de economie, de basis voor onze welvaart, enorm. Die welvaart biedt ook de mogelijkheid om te zorgen voor ons welzijn. De regering investeert onnoemelijk grote bedragen om de schade enigszins te beperken. Dat kan echter niet zo door gaan.
Het is een spagaat met alle kernwaarden: vrijheid, verantwoordelijkheid, sociale rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid.  Ons kabinet kan alleen doorgaan met het bestrijden van de pandemie, als we het vertrouwen in het beleid behouden en we echt leven naar de beperkingen, die ons worden geadviseerd.