EVRM: evaluatie, herijking en juridische routes

Kernboodschap

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) blijft een essentieel fundament voor bescherming tegen staatswillekeur. Tegelijk is een inhoudelijke evaluatie gerechtvaardigd of de huidige werking en interpretatie van het EVRM nog voldoende aansluiten bij de oorspronkelijke verdragsdoelen, de hedendaagse migratie- en veiligheidscontext, de uitvoerbaarheid van overheidsbeleid en de democratische beleidsruimte van nationale parlementen.

Deze notitie kiest bewust voor een neutrale lijn: niet het afschaffen van mensenrechten staat centraal, maar de vraag hoe grondrechtenbescherming, democratische legitimatie, nationale beleidsruimte, veiligheid, maatschappelijke draagkracht, huisvesting en bestaanszekerheid beter in balans kunnen worden gebracht.

Inhoudsopgave

1. Samenvatting

2. Aanleiding en centrale vraag

3. Historische bedoeling van het EVRM

4. Veranderde context sinds 1950

5. Huidige werking van het EVRM in Nederland

6. Juridische knelpunten en politieke spanning

7. Argumenten voor en tegen herijking

8. Juridisch houdbare routes voor verandering

9. Procesvoorstel: hoe zet de Kamer dit in gang?

10. Concept beslispunten en Kamervragen

11. Risicoanalyse per optie

12. Voorbeeldtekst voor een motie

13. Bijlagen: begrippen, bronnen en aandachtspunten

1. Samenvatting

Het EVRM is in 1950 opgesteld in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het verdrag moest voorkomen dat staten opnieuw konden vervallen in dictatuur, willekeur, marteling, censuur, politieke vervolging en het uitschakelen van onafhankelijke rechtspraak. Die historische kern blijft van groot belang.

De maatschappelijke, geopolitieke en demografische werkelijkheid is echter sterk veranderd. De wereldbevolking bedroeg in 1950 ongeveer 2,5 miljard mensen; volgens de Verenigde Naties bereikte de wereldbevolking medio 2024 bijna 8,2 miljard mensen. Migratie, instabiliteit, oorlogen, klimaatdruk, georganiseerde mensensmokkel, digitale informatieketens en economische mobiliteit hebben een schaal gekregen die in 1950 niet kon worden voorzien.

De centrale vraag is daarom niet of grondrechten moeten verdwijnen, maar of de huidige interpretatie en toepassing van het EVRM nog voldoende past bij de oorspronkelijke bedoeling en bij de huidige bestuurspraktijk. In het bijzonder gaat het om de balans tussen individuele rechtsbescherming enerzijds en nationale beleidsruimte voor migratie, veiligheid, openbare orde, huisvesting, bestaanszekerheid en uitvoerbaarheid anderzijds.

Een juridisch houdbare route begint niet met onmiddellijke opzegging van het EVRM, maar met een officiële evaluatie, gevolgd door nationale en Europese hervormingsvoorstellen. Pas wanneer hervorming structureel onmogelijk blijkt, kan een politiek debat over beperking of gefaseerde uittreding aan de orde komen. Die volgorde is juridisch sterker, bestuurlijk zorgvuldiger en politiek beter verdedigbaar.

Voorgestelde lijn in één zin

Stel een onafhankelijke staatscommissie of parlementaire onderzoekscommissie in die onderzoekt of de huidige EVRM-praktijk nog aansluit bij de oorspronkelijke verdragsdoelen, de nationale democratische rechtsorde, de uitvoerbaarheid van migratie- en veiligheidsbeleid en de bescherming van de belangen van burgers in Nederland.

Hoofdopties

OptieJuridische haalbaarheidPolitieke zwaarteKern
A. Staatscommissie/evaluatieHoogLaag-middelOnderbouwen waar EVRM/EHRM wringt en welke hervorming nodig is.
B. Nationale wetgeving aanscherpen binnen EVRMHoog, mits proportioneelMiddelSnellere procedures, heldere openbare-ordecriteria, betere motivering.
C. Europese verklaring/herinterpretatieMiddel-hoogMiddelMet gelijkgezinde staten inzetten op subsidiariteit en nationale beoordelingsruimte.
D. Protocol/verdragswijzigingJuridisch mogelijk, politiek moeilijkHoogFormeel vastleggen dat staten ruime marge hebben bij migratie, veiligheid en draagkracht.
E. Opzegging EVRMJuridisch mogelijk via art. 58 EVRMZeer hoogUiterste optie met forse internationale, constitutionele en rechtsstatelijke gevolgen.

2. Aanleiding en centrale vraag

In het publieke debat groeit de spanning tussen internationale mensenrechtenbescherming en nationale beleidsruimte. Die spanning komt vooral naar voren bij migratie, asiel, uitzetting, gezinshereniging, detentie, openbare orde, terrorismebestrijding, klimaatprocedures, privacy en positieve verplichtingen van de staat.

De kernvraag is: hoe kan Nederland de bescherming tegen staatswillekeur behouden, zonder dat het EVRM-stelsel leidt tot een structurele verschuiving van beleidskeuzes van democratisch gekozen wetgevers naar internationale rechters?

Een neutrale en juridisch houdbare benadering erkent drie uitgangspunten:

  • Het EVRM heeft blijvende waarde als waarborg tegen ernstige schendingen door staten.
  • De interpretatie van het verdrag is sinds 1950 aanzienlijk ontwikkeld, mede door de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
  • De democratische wetgever mag beoordelen of deze ontwikkeling nog in balans is met uitvoerbaarheid, nationale autonomie, veiligheid en sociale draagkracht.

Centrale onderzoeksvraag

In hoeverre functioneert het EVRM, zoals uitgelegd door het EHRM en toegepast in Nederland, nog conform zijn oorspronkelijke verdragsdoelen en in hoeverre is herijking nodig om nationale democratische beleidsruimte, veiligheid, openbare orde, migratiebeheer, huisvesting en bestaanszekerheid beter te borgen?

3. Historische bedoeling van het EVRM

Het EVRM werd op 4 november 1950 in Rome ondertekend en trad op 3 september 1953 in werking. Volgens de Raad van Europa was het het eerste instrument dat bepaalde rechten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bindende kracht gaf. Oorspronkelijk kende het systeem drie instellingen: de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Comité van Ministers.

De historische context was duidelijk: Europa wilde voorkomen dat staten opnieuw via wetgeving, politie, geheime diensten, rechtspraak of bestuurlijke macht fundamentele vrijheden konden vernietigen. Het verdrag beschermde daarom vooral klassieke vrijheidsrechten, zoals het recht op leven, het verbod op foltering, vrijheid en veiligheid, eerlijk proces, bescherming van privéleven, vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vergadering en vereniging, en bescherming van eigendom via het Eerste Protocol.

Oorspronkelijke kern

  • Bescherming van burgers tegen staatswillekeur en totalitaire macht.
  • Waarborging van democratie, rechtsstaat en onafhankelijke rechterlijke bescherming.
  • Een minimumniveau van fundamentele rechten binnen de Raad van Europa.
  • Een internationale controlelaag wanneer nationale rechtsbescherming tekortschiet.

Belangrijk onderscheid

Het EVRM is niet oorspronkelijk ontworpen als volledig sociaal-economisch sturingsinstrument. Klassieke vrijheidsrechten stonden centraal. De latere ontwikkeling van positieve verplichtingen, gezinsleven, detentieomstandigheden, uitzettingsbeperkingen, klimaatverplichtingen en privacybescherming heeft het bereik van het EVRM aanzienlijk verbreed.

4. Veranderde context sinds 1950

De context waarin het EVRM functioneert is fundamenteel veranderd. Dat betekent niet dat grondrechten minder belangrijk zijn, maar wel dat de uitvoerbaarheid en reikwijdte van het systeem opnieuw moeten worden beoordeeld.

4.1 Demografie en migratiedruk

De wereldbevolking is sinds 1950 ruim verdrievoudigd. De Verenigde Naties vermeldden in 2024 dat de wereldbevolking medio 2024 bijna 8,2 miljard bedroeg en dat de World Population Prospects gegevens vanaf 1950 tot 2024 en projecties tot 2100 bevat. Deze demografische ontwikkeling vergroot de druk op migratie, stedelijke voorzieningen, woningmarkten, sociale zekerheid, publieke diensten en internationale bescherming.

Het is juridisch sterker om te spreken over “veranderde schaal en druk” dan over bevolkingsgroepen als zodanig. De relevante beleidsvraag is niet afkomst of cultuur op zichzelf, maar de uitvoerbaarheid van toelating, integratie, terugkeer, openbare orde, woningvoorraad, zorg, onderwijs en sociale cohesie.

4.2 Van politieke vluchteling naar gemengde migratiestromen

In de naoorlogse en Koude Oorlog-context stond het beeld van de politieke vluchteling uit een totalitair systeem sterk op de voorgrond. Vandaag bestaan migratiestromen vaker uit een gemengd patroon: oorlogsvluchtelingen, vervolgden, gezinsmigranten, arbeidsmigranten, mensen uit veilige landen, economische migranten, personen zonder identiteitspapieren, kwetsbare groepen, alleenreizende minderjarigen en personen die niet of moeilijk terugkeerbaar zijn.

Voor beleid en wetgeving is het essentieel dat echte bescherming voor vervolgden behouden blijft, terwijl misbruik van procedures, stapeling van procedures en het ontbreken van effectieve terugkeer worden aangepakt.

4.3 Druk op nationale voorzieningen

De maatschappelijke discussie raakt aan concrete voorzieningen: woningen, opvangcapaciteit, zorg, onderwijs, politiecapaciteit, rechtsbijstand, rechterlijke capaciteit, gemeentelijke financiën en bestaanszekerheid. Wanneer het juridische systeem structureel meer individuele aanspraken produceert dan het bestuur praktisch kan uitvoeren, ontstaat legitimiteitsverlies.

4.4 Vertrouwen in de rechtsstaat

Een rechtsstaat verliest draagvlak wanneer burgers de indruk krijgen dat internationale normen wel afdwingbaar zijn ten gunste van personen die een beroep doen op toelating of bescherming, maar dat de belangen van burgers op veiligheid, woning, bestaanszekerheid en leefbaarheid onvoldoende juridisch gewicht krijgen. Die perceptie moet serieus worden genomen zonder de rechtsstaat te ondermijnen.

5. Huidige werking van het EVRM in Nederland

Nederland kent een sterke doorwerking van internationaal recht. Bepalingen van verdragen die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden kunnen rechtstreeks werken in de Nederlandse rechtsorde. Artikel 94 Grondwet bepaalt dat wettelijke voorschriften geen toepassing vinden wanneer die toepassing niet verenigbaar is met zulke verdragsbepalingen. Artikel 120 Grondwet verbiedt de rechter om wetten en verdragen aan de Grondwet te toetsen.

Gevolg: in Nederland fungeert het EVRM in de praktijk als een belangrijke constitutionele toetssteen. Waar rechters formele wetten niet aan de Grondwet mogen toetsen, kunnen zij wetgeving wel buiten toepassing laten wanneer die strijdig is met rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, waaronder EVRM-rechten.

Praktische betekenis

  • De wetgever moet bij nieuwe wetgeving EVRM-bestendigheid aantonen.
  • Bestuursorganen moeten besluiten motiveren in lijn met EVRM-rechten en proportionaliteit.
  • Rechters toetsen nationale besluiten en soms wetgeving aan EVRM-normen.
  • EHRM-jurisprudentie beïnvloedt nationale beleidsruimte, ook wanneer Nederland zelf geen partij was in een specifieke zaak.

6. Juridische knelpunten en politieke spanning

6.1 Living instrument

Het EHRM ziet het EVRM als een levend instrument. Dat betekent dat rechten worden uitgelegd in het licht van actuele omstandigheden. Dit kan nuttig zijn bij nieuwe vormen van staatsmacht, digitale surveillance, privacy en moderne detentieomstandigheden. Tegelijk kan deze methode ertoe leiden dat het verdrag steeds verder wordt uitgebreid zonder expliciete democratische verdragswijziging.

6.2 Positieve verplichtingen

Het EVRM beschermt niet alleen tegen inmenging door de staat, maar kan staten ook verplichten actief maatregelen te nemen om rechten te beschermen. Positieve verplichtingen kunnen leiden tot verplichtingen op het gebied van bescherming tegen geweld, effectieve onderzoeken, detentieomstandigheden, gezinsleven, privacy, milieu en opvangsituaties. De vraag is of de grens tussen rechtsbescherming en beleidsvorming voldoende helder blijft.

6.3 Migratie, uitzetting en gezinsleven

In migratiezaken spelen vooral artikel 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling), artikel 8 EVRM (privé- en gezinsleven), artikel 5 EVRM (vrijheid en veiligheid), artikel 6 EVRM (eerlijk proces in bepaalde contexten) en protocolbepalingen een rol. Artikel 3 is absoluut: uitzetting mag niet wanneer een reëel risico bestaat op foltering of onmenselijke behandeling. Artikel 8 vereist een belangenafweging tussen gezinsleven en nationale belangen zoals openbare orde, immigratiecontrole en rechten van anderen.

6.4 Nationale beoordelingsruimte

Protocol 15 heeft subsidiariteit en de margin of appreciation expliciet in de preambule van het EVRM opgenomen. Dit ondersteunt de stelling dat nationale parlementen en rechters primair verantwoordelijk zijn voor de bescherming van rechten en dat het EHRM terughoudend moet zijn wanneer democratisch gelegitimeerde afwegingen zorgvuldig zijn gemaakt.

6.5 Rechterlijke capaciteit en procedurestapeling

Een afzonderlijk knelpunt is niet alleen de inhoud van het EVRM, maar ook de procedurele werking: langdurige procedures, herhaalde aanvragen, voorlopige voorzieningen, beroep op medische of gezinsgronden en moeilijk uitvoerbare terugkeer kunnen ertoe leiden dat beleid in de praktijk vastloopt. Dit vraagt om procedurele hervorming binnen de grenzen van effectieve rechtsbescherming.

7. Argumenten voor en tegen herijking

Argumenten vóór evaluatie en herijking

  • De feitelijke context is sinds 1950 fundamenteel veranderd: demografie, migratie, veiligheid, digitale samenleving en geopolitieke druk.
  • Het EVRM is door jurisprudentie breder geworden dan de oorspronkelijke tekst op veel punten uitdrukkelijk regelde.
  • Nationale democratieën moeten voldoende ruimte houden om migratie, veiligheid, openbare orde, wonen en bestaanszekerheid te reguleren.
  • Een systeem dat onvoldoende uitvoerbaar is, verliest draagvlak en kan het vertrouwen in mensenrechten juist ondermijnen.
  • Protocol 15 biedt juridische basis om subsidiariteit en nationale beoordelingsruimte sterker te benadrukken.

Argumenten tegen vergaande beperking of uittreding

  • Het EVRM beschermt burgers juist tegen machtsmisbruik door de eigen staat.
  • Nederland heeft door artikel 120 Grondwet beperkte constitutionele toetsing; het EVRM vult die leemte deels op.
  • Opzegging kan internationale reputatieschade veroorzaken en gevolgen hebben voor samenwerking binnen de Raad van Europa en mogelijk bredere Europese rechtsorde.
  • Mensenrechtenbescherming is ook relevant voor Nederlandse burgers, journalisten, demonstranten, verdachten, slachtoffers en kwetsbare groepen.
  • Veel beleidsproblemen zijn ook nationaal bestuurlijk, Europees Unierechtelijk of uitvoeringsmatig en worden niet automatisch opgelost door EVRM-wijziging.

Neutrale tussenconclusie

De meest verdedigbare positie is niet: het EVRM is waardeloos. De sterkere positie is: het EVRM is waardevol, maar de huidige interpretatie en toepassing moeten periodiek democratisch worden geëvalueerd en waar nodig worden herijkt. Rechten moeten uitvoerbaar, begrijpelijk, proportioneel en maatschappelijk gedragen blijven.

8. Juridisch houdbare routes voor verandering

Route 1: Staatscommissie of parlementaire onderzoekscommissie

Dit is de meest robuuste eerste stap. Een officiële commissie kan feiten, jurisprudentie, uitvoeringsgevolgen, internationale vergelijkingen, financiële effecten en constitutionele alternatieven in kaart brengen.

Mogelijke opdracht

Onderzoek of de huidige werking van het EVRM en de rechtspraak van het EHRM nog aansluiten bij de oorspronkelijke verdragsdoelen, de Nederlandse constitutionele verhoudingen, de democratische beleidsruimte van regering en parlement, de uitvoerbaarheid van migratie- en veiligheidsbeleid, de bescherming van burgers en de sociale draagkracht van publieke voorzieningen.

Onderzoeksthema’s

  • Ontwikkeling van EVRM-rechtspraak sinds 1950.
  • Effect op migratie, asiel, terugkeer, gezinshereniging en openbare orde.
  • Effect op Nederlandse wetgever, bestuur, gemeenten, IND, DT&V, COA, politie en rechtspraak.
  • Vergelijking met Denemarken, Italië, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en andere relevante staten.
  • Mogelijkheden voor nationale wetgeving binnen het huidige EVRM.
  • Opties voor protocolwijziging, interpretatieve verklaring of verdragsherziening.
  • Gevolgen van eventuele opzegging en alternatieve waarborgen voor grondrechten.

Route 2: Nationale wetgeving aanscherpen binnen het EVRM

Veel aanpassing kan binnen het EVRM, mits de wetgever zorgvuldig motiveert. De sleutel is dat maatregelen bij wet zijn voorzien, een legitiem doel dienen en proportioneel zijn. Bij migratie en openbare orde gaat het vaak om legitieme doelen zoals nationale veiligheid, openbare veiligheid, economische welvaart van het land, voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten en bescherming van rechten en vrijheden van anderen.

Voorbeelden

  • Termijnen en procedurestappen strakker regelen, met behoud van effectieve rechtsbescherming.
  • Herhaalde aanvragen beperken wanneer geen nieuwe feiten of omstandigheden bestaan.
  • Openbare-ordecriteria bij verblijfsrecht en uitzetting verduidelijken.
  • Bewijslast en identiteitseisen aanscherpen waar dat proportioneel kan.
  • Sneller onderscheid maken tussen kansrijke en kansarme aanvragen.
  • Veilige-landenbeleid en Dublin-toepassing maximaliseren binnen EU- en EVRM-kaders.
  • Rechterlijke toetsing concentreren om stapeling van procedures te beperken.

Route 3: Europese coalitie voor herinterpretatie

Nederland kan met gelijkgezinde landen inzetten op een politieke verklaring waarin wordt gevraagd om meer nationale beoordelingsruimte bij migratie, openbare orde en veiligheid. In 2025 hebben meerdere Europese regeringsleiders een debat geopend over de interpretatie van het EVRM in migratiezaken. Dat laat zien dat het onderwerp niet marginaal is, maar op Europees niveau leeft.

Deze route is juridisch minder ingrijpend dan verdragswijziging, maar kan invloed hebben op de politieke context waarin het Hof en het Comité van Ministers opereren.

Route 4: Interpretatieve verklaring

Nederland kan, bij voorkeur samen met andere staten, een interpretatieve verklaring aannemen over de uitleg van het EVRM. Zo’n verklaring kan niet eenzijdig bestaande EVRM-verplichtingen opzijzetten, maar kan wel politieke en juridische richting geven aan de gewenste interpretatie: subsidiariteit, nationale beoordelingsruimte en terughoudendheid bij beleidsintensieve afwegingen.

Route 5: Protocol of verdragswijziging

Een formele wijziging van het EVRM of een aanvullend protocol is juridisch het zuiverst wanneer structurele aanpassing nodig is. Politiek is dit lastig, omdat brede instemming van verdragsstaten nodig is. Toch is dit de route wanneer men werkelijk de reikwijdte van het EVRM wil verduidelijken.

Mogelijke inhoud van een protocol

  • Ruimere nationale beoordelingsmarge bij migratie, toelating, opvang, uitzetting en openbare orde.
  • Verduidelijking dat het EVRM geen algemeen recht op toelating of vestiging creëert.
  • Sterkere weging van huisvesting, bestaanszekerheid, veiligheid en draagkracht van ontvangende samenleving.
  • Procedurele ruimte voor versnelling en beperking van herhaalde procedures, mits effectieve rechtsbescherming behouden blijft.

Route 6: Herziening Nederlandse constitutionele verhouding

Nederland kan ook nationaal nadenken over de verhouding tussen Grondwet, verdragen en rechterlijke toetsing. Zolang artikel 120 Grondwet constitutionele toetsing aan de Grondwet verbiedt, blijft het EVRM extra belangrijk als toetsingskader. Een debat over EVRM-herijking hangt daarom samen met het bredere debat over constitutionele toetsing in Nederland.

Een mogelijkheid is om Nederlandse grondrechtenbescherming te versterken via constitutionele toetsing of een constitutioneel hof, zodat Nederland minder afhankelijk is van internationale verdragsrechtelijke toetsing. Dit vergt echter grondwetswijziging en politieke consensus.

Route 7: Opzegging of gefaseerde uittreding als uiterste middel

Artikel 58 EVRM maakt opzegging juridisch mogelijk met een termijn van zes maanden. Dat is echter een uiterste route. Opzegging lost niet automatisch EU-rechtelijke verplichtingen, Vluchtelingenverdrag, nationale grondrechten, internationaal gewoonterecht of praktische uitvoeringsproblemen op. Bovendien kan opzegging gevolgen hebben voor de positie van Nederland binnen de Raad van Europa en voor de internationale reputatie van de Nederlandse rechtsstaat.

Wanneer deze route politiek wordt besproken, is het noodzakelijk om tegelijk een alternatief grondrechtenkader te ontwerpen. Anders ontstaat het risico dat burgers juist minder bescherming hebben tegen de eigen overheid.

9. Procesvoorstel: hoe zet de Kamer dit in gang?

Stap 1: Vraag een kabinetsbrief

De Kamer kan het kabinet verzoeken om een integrale brief over de werking van het EVRM in Nederland, met bijzondere aandacht voor migratie, openbare orde, veiligheid, huisvesting, bestaanszekerheid en uitvoerbaarheid.

Stap 2: Vraag feitelijke impactanalyse

Laat het kabinet per beleidsterrein aangeven waar EVRM-rechtspraak concrete belemmeringen of verplichtingen oplevert. Dit voorkomt dat het debat blijft hangen in algemene beelden.

Stap 3: Stel een staatscommissie in

De Kamer kan het kabinet verzoeken een staatscommissie in te stellen met juristen, bestuurskundigen, uitvoeringsorganisaties, gemeenten, internationale experts en vertegenwoordigers van burgerbelangen.

Stap 4: Start Europese coalitievorming

Nederland kan in de Raad van Europa en bilateraal met gelijkgezinde staten bespreken welke interpretatieve of verdragsrechtelijke aanpassingen mogelijk zijn.

Stap 5: Werk parallel aan nationale wetgeving

Wacht niet op verdragswijziging. Er kan direct worden gewerkt aan snellere procedures, betere motivering, heldere openbare-ordecriteria, beperking van procedurestapeling en versterking van uitvoeringscapaciteit.

Stap 6: Besluit na evaluatie over scenario’s

Na de evaluatie kan de Kamer kiezen tussen behoud met beperkte aanpassing, forse Europese herijking, nationale constitutionele hervorming of uiteindelijk gefaseerde uittreding.

10. Concept beslispunten en Kamervragen

Beslispunten

  1. Is de Kamer bereid te erkennen dat een fundamentele evaluatie van de huidige EVRM-werking gerechtvaardigd is?
  2. Moet die evaluatie beperkt blijven tot migratie en veiligheid, of breder gaan over democratische beleidsruimte en uitvoerbaarheid?
  3. Moet Nederland actief aansluiten bij Europese landen die meer nationale beoordelingsruimte bepleiten?
  4. Moet Nederland inzetten op een aanvullend protocol of eerst op interpretatieve verklaringen?
  5. Moet tegelijk worden onderzocht hoe Nederlandse grondrechtenbescherming nationaal kan worden versterkt?

Concept Kamervragen

  • Kan het kabinet in kaart brengen op welke beleidsterreinen EVRM-rechtspraak de nationale beleidsruimte concreet beïnvloedt, uitgesplitst naar migratie, openbare orde, veiligheid, detentie, gezinshereniging, klimaat, privacy en sociaal beleid?
  • Kan het kabinet aangeven welke EVRM-artikelen in migratie- en uitzettingszaken het vaakst leiden tot beperking van nationale besluitvorming?
  • Kan het kabinet aangeven in hoeveel zaken Nederlandse bestuursorganen of rechters de afgelopen vijf jaar beleid of besluiten hebben aangepast vanwege EVRM-jurisprudentie?
  • Kan het kabinet onderzoeken of de huidige toepassing van artikel 8 EVRM in migratiezaken voldoende ruimte laat voor openbare orde, woningdruk, draagkracht en rechten van anderen?
  • Is het kabinet bereid om met gelijkgezinde staten te werken aan een interpretatieve verklaring over subsidiariteit en margin of appreciation in migratie- en veiligheidszaken?
  • Is het kabinet bereid een staatscommissie in te stellen voor een brede evaluatie van EVRM-werking, EHRM-rechtspraak en Nederlandse constitutionele verhoudingen?
  • Kan het kabinet uiteenzetten wat de juridische, diplomatieke, economische en constitutionele gevolgen zouden zijn van wijziging, beperking of opzegging van het EVRM?
  • Kan het kabinet voorstellen doen om procedurestapeling in asiel- en migratiezaken te beperken zonder effectieve rechtsbescherming te ondermijnen?
  • Kan het kabinet aangeven hoe belangen van Nederlandse burgers op veiligheid, leefbaarheid, huisvesting en bestaanszekerheid in EVRM-afwegingen explicieter kunnen worden betrokken?
  • Kan het kabinet vergelijken hoe Denemarken, Italië, het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen omgaan met EVRM-spanning op migratie en openbare orde?

11. Risicoanalyse per optie

OptieJuridisch risicoPolitiek risicoVoordeelNadeel
Evaluatie/statscommissieLaagLaagSterk verdedigbaar en feitelijk onderbouwdKost tijd; levert niet direct beleidswijziging op
Nationale aanscherpingMiddelMiddelDirect uitvoerbaar binnen EVRMVereist zeer goede wetgevingskwaliteit en uitvoering
Europese coalitieLaag-middelMiddelVergroot druk op hervormingAfhankelijk van andere staten
Interpretatieve verklaringMiddelMiddelGeeft richting zonder formele opzeggingBindt het EHRM niet automatisch volledig
Protocol/wijzigingLaag juridisch, hoog praktischHoogZuiverste route voor structurele wijzigingPolitiek moeilijk en langdurig
OpzeggingHoog in gevolgen, juridisch mogelijkZeer hoogMaximale nationale autonomie t.o.v. EVRMReputatie-, rechtsstatelijke en verdragsrechtelijke neveneffecten

12. Voorbeeldtekst voor een motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in 1950 tot stand is gekomen in een historische context van bescherming tegen staatswillekeur, totalitarisme en ernstige mensenrechtenschendingen;

constaterende dat de maatschappelijke, demografische, migratoire en veiligheidscontext sinds 1950 ingrijpend is veranderd;

overwegende dat het EVRM van grote waarde blijft als waarborg tegen staatsmisbruik, maar dat periodieke democratische evaluatie van de werking, interpretatie en uitvoerbaarheid noodzakelijk is;

overwegende dat de belangen van nationale democratische besluitvorming, openbare orde, veiligheid, huisvesting, bestaanszekerheid, uitvoerbaarheid en maatschappelijke draagkracht expliciet moeten worden betrokken bij de beoordeling van de huidige EVRM-praktijk;

verzoekt de regering een onafhankelijke staatscommissie in te stellen die onderzoekt in hoeverre de huidige werking van het EVRM en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nog aansluiten bij de oorspronkelijke verdragsdoelen, de Nederlandse constitutionele verhoudingen, de uitvoerbaarheid van beleid en de belangen van burgers;

verzoekt de regering daarbij tevens scenario’s uit te werken voor nationale wetgeving, Europese herinterpretatie, een aanvullend protocol, verdragswijziging en de gevolgen van eventuele opzegging als uiterste optie;

en gaat over tot de orde van de dag.

13. Concept spreeklijn

Deze discussie gaat niet over het afschaffen van mensenrechten. Zij gaat over de vraag hoe mensenrechten geloofwaardig, uitvoerbaar en democratisch gelegitimeerd blijven in een wereld die sinds 1950 fundamenteel is veranderd. Het EVRM was bedoeld als schild tegen staatswillekeur. Dat schild moet blijven. Maar wanneer de interpretatie van het verdrag ertoe leidt dat nationale democratieën onvoldoende kunnen sturen op migratie, veiligheid, openbare orde, huisvesting en bestaanszekerheid, dan is een herijking noodzakelijk.

Een volwassen rechtsstaat moet dit debat durven voeren. Niet met slogans, maar met feiten, jurisprudentie, uitvoeringsgegevens en scenario’s. Daarom is een staatscommissie nodig die onderzoekt wat het EVRM vandaag doet, waar het knelt, wat binnen het verdrag al mogelijk is en welke Europese of nationale hervormingen nodig zijn.

14. Bijlagen

Bijlage A – Begrippen

EVRM

Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.

EHRM

Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Het Hof beoordeelt klachten over schendingen van het EVRM nadat nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput.

Subsidiariteit

Het uitgangspunt dat nationale autoriteiten primair verantwoordelijk zijn voor bescherming van mensenrechten en dat het EHRM in beginsel aanvullend optreedt.

Margin of appreciation

De beoordelingsruimte die staten hebben bij de toepassing van EVRM-verplichtingen, vooral wanneer nationale context, morele afwegingen, veiligheid of sociaal beleid een rol spelen.

Living instrument

De interpretatiemethode waarbij het EVRM wordt uitgelegd in het licht van actuele omstandigheden.

Bijlage B – Belangrijkste EVRM-artikelen in deze discussie

  • Artikel 2: recht op leven.
  • Artikel 3: verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling.
  • Artikel 5: recht op vrijheid en veiligheid.
  • Artikel 6: recht op een eerlijk proces.
  • Artikel 8: recht op privé-, familie- en gezinsleven.
  • Artikel 10: vrijheid van meningsuiting.
  • Artikel 11: vrijheid van vergadering en vereniging.
  • Artikel 13: recht op een effectief rechtsmiddel.
  • Artikel 14: verbod van discriminatie bij het genot van EVRM-rechten.
  • Artikel 58: opzegging van het verdrag.

Bijlage C – Bronnen en aanknopingspunten

  • Raad van Europa, The Convention in 1950: ondertekening op 4 november 1950, inwerkingtreding op 3 september 1953, eerste bindende instrument voor bepaalde rechten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. https://www.coe.int/en/web/human-rights-convention/the-convention-in-1950
  • EHRM, European Convention on Human Rights – official texts: oorspronkelijke systeem met Commissie, Hof en Comité van Ministers; latere wijzigingen en protocollen. https://www.echr.coe.int/en/web/echr/european-convention-on-human-rights
  • EHRM, Protocols: Protocol 15 introduceerde verwijzing naar subsidiariteit en margin of appreciation en trad in werking op 1 augustus 2021. https://www.echr.coe.int/web/echr/protocols
  • United Nations Office at Geneva, World Population Prospects 2024: bijna 8,2 miljard mensen medio 2024; WPP bevat data van 1950 tot 2024 en projecties tot 2100. https://www.ungeneva.org/en/news-media/news/2024/07/95264/growing-or-shrinking-what-latest-trends-tell-us-about-worlds
  • Grondwet, artikelen 93, 94 en 120: doorwerking verdragsbepalingen, voorrang bij strijd en toetsingsverbod van wetten en verdragen aan de Grondwet. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840
  • EVRM artikel 58: opzegging is juridisch mogelijk met kennisgeving; verplichtingen voor eerdere handelingen blijven bestaan. Raadpleeg officiële EVRM-tekst via EHRM/Council of Europe.

Bijlage D – Aandachtspunten voor juridisch houdbare formulering

  • Formuleer niet tegen groepen, herkomst of religie, maar op uitvoerbaarheid, rechtsstatelijke balans, veiligheid, openbare orde, huisvesting, draagkracht en procedurele effectiviteit.
  • Maak onderscheid tussen echte vluchtelingenbescherming en misbruik, economische migratie of moeilijk uitvoerbare terugkeer.
  • Erken expliciet dat het EVRM waarde heeft voor Nederlandse burgers zelf.
  • Gebruik officiële cijfers en vermijd overdreven aantallen: circa 2,5 miljard in 1950; bijna 8,2 miljard medio 2024 volgens VN-bronnen.
  • Zet opzegging neer als uiterste scenario na evaluatie, niet als eerste stap.
  • Benadruk dat hervorming moet plaatsvinden binnen rechtsstaat, democratie en internationale verplichtingen.

Deze notitie is geschreven door Ferry Heeneman, lid van Klassiek Liberaal.